Eens ging de Thüringer landgravin Elisabeth (1207-1231) van haar kasteel naar de stad Eisenach. Onder haar mantel (in andere versie in een mand) droeg ze brood (in andere versie brood, eieren en vlees) voor de armen, tot ergernis van de leden van haar hofhouding. Onderweg ontmoette ze haar echtgenoot, landgraaf Lodewijk IV (1200-1227) (in andere versie haar schoonmoeder Sophia (1170-1238)), die vroeg wat ze onder haar mantel verstopte (in andere versie mand). Verlegen en sprakeloos als ze was, wist ze niet wat ze moest zeggen. Ludwig opende op brute wijze haar mantel en tot zijn verbazing (in sommige versies vindt dit plaats in het holst van de winter) vond hij daar een boeket rozen. Aangenomen wordt dat dit ongeveer 100 meter van de “Armenruh”, een opvangcentrum voor armen, heeft plaatsgevonden. De Eisenacher kroniekschrijver Johann Rothe (~1360-1434) lokaliseert het rozenwonder echter onder de Wartburg, boven de Elisabethkapel en plaatst het vlakbij de “Kniebreche” (kniebrekerpad).
donderdag 31 augustus 2023
In een groen, groen, groen, groen rotsenland
De Wartburg is de grootste toeristische attractie van Eisenach. Op de tweede plaats staat de Drachenschlucht, een uiterst smalle - zeventig centimeter op z’n smalst - kloof tussen hoge rotsen in het Thüringer Wald. De rotswanden zijn dicht begroeid met mossen. Groen in al z’n varianten is hier de dominante kleur.
Een wonder der natuur.
Spectaculair.
Indrukwekkend.
Een groene tunnel zonder dak.
De wilde frisheid van limoenen.
Oerwoudachtig, Tarzan en Jane kunnen onmogelijk héél ver weg zijn.
In een groen, groen, groen, groen rotsenland.
Het jongetje achter me is er net zo van onder de indruk als ik. Hij blijft maar vragen stellen aan z’n vader en commentaar geven op wat hij ziet en ervaart. ‘Hier ist die Wirklichkeit gar nichts mehr.’
Voordat we de Drachenschlucht betraden, zijn we allerlei bordjes met tekstjes en tekeningetjes en opdrachtjes gepasseerd. We bevinden ons dan ook op het Duitse equivalent van een belevingspad. Educatieve overkill. Dat fantasie en verbeelding soms kunstmatig moeten worden geprikkeld begrijp ik. Maar hier op deze unieke plek toch niet? Hier zijn educatieve impulsen juist fnuikend voor fantasie en verbeelding.
Ik ben ervan overtuigd dat het jongetje en z’n vader de bordjes, tekstjes, tekeningetjes en opdrachtjes hebben gelaten voor wat ze zijn. Hoe kom je anders op zo’n juweeltje?
‘Hier ist die Wirklichkeit gar nichts mehr.’
woensdag 30 augustus 2023
Das Rosenwunder 1
Daar geloof ik niets van. U kan slecht liegen, u verbergt iets voor me.
Nee, nee, niets heer. Ik heb niets bij me, edele heer. Ga naar huis, het eten wacht op u.
Wat heeft u daar onder uw mantel?
Niets, echt niets. Uw honden kunnen u geen minuut meer missen. Ga naar huis.
Laat zien edele vrouwe, ik zie dat u iets van plan bent.
U weet dat uw paard niet van stilstaan houdt. Kijk, hij wil naar huis, hij ruikt zijn stal al. Ik loop meteen achter jullie aan.
Hier edele vrouwe, laat zien, geen geheimen voor me houden. U ging zeker weer die nietsnutten en armoedzaaiers in het dorp helpen. Heeft u weer lekkere hapjes van mijn tafel voor ze meegenomen? Laat zien!
Ik…
Top 16 verheven Pionkiaanse buizen
Plaatsen met prominent aanwezige bovengrondse buizen hebben bij mij sowieso altijd een streepje voor. Prominent aanwezige bovengrondse buizen zorgen voor een bepaalde, lastig te omschrijven dynamiek en urgentie, een hier-gebeurt-tenminste-iets-gevoel.
Prominent aanwezige bovengrondse buizen bieden ook structuur, ze verschaffen een kader, ze geven je blik houvast.
In het exceptionele geval van Pionki komt daar nog bij dat de prominent aanwezige bovengrondse buizen overal nadrukkelijk de dialoog aangaan met hun omgeving. Soms voeren ze daarbij het hoogste woord, dringen ze zich op. In andere gevallen stellen ze zich juist bescheiden op en bieden ze andere elementen uit hun omgeving de gelegenheid om te shinen, boven zichzelf uit te stijgen.
maandag 28 augustus 2023
vrijdag 25 augustus 2023
Pionki
Vorige week was ik twee dagen in Pionki.
Pionki ligt ruim honderd kilometer ten zuiden van Warschau en telt een kleine twintigduizend inwoners. Het veranderde tussen beide wereldoorlogen van een gehucht in een stad nadat een munitiefabriek zich er in 1923 vestigde. Die ontwikkelde zich na de Tweede Wereldoorlog tot een chemische fabriek waar behalve munitie onder veel meer ook plastic, lijm, springstof, celluloid poppetjes, kunstleer en grammofoonplaten werden geproduceerd. In zijn hoogtijdagen verschafte Pronit, zoals de fabriek vanaf 1958 heette, zo’n beetje de hele beroepsbevolking van Pionki werk. Na de val van het IJzeren Gordijn werd Pronit geprivatiseerd en viel het uiteen in een aantal afzonderlijke bedrijven.
Pronit heeft een onuitwisbaar stempel op Pionki gedrukt. Woningen, kantoren, het zwembad, het ziekenhuis, appartementencomplexen, de sporthal, de brandweerkazerne, winkels, het voetbalstadion, het cultureel centrum, scholen: allemaal werden ze in opdracht van Pronit gebouwd.
De planmatige opzet van de drie nederzettingen (‘koloniën’) is weliswaar aangetast maar nog steeds herkenbaar.
Dé attractie van Pionki, voor mij althans, is het voormalige complex van Pronit. Het beslaat vele vierkante kilometers, merendeels begroeid met bossen. Nog niet eens zo heel lang geleden was het verboden terrein. Een dubbel hekwerk van enkele meters hoogte, behangen met prikkeldraad, moest pottenkijkers en andere ongenode gasten buiten de deur houden. Niet geheel onbegrijpelijk op een terrein waar werd gewerkt aan en met raketten, springstof, uitermate giftige en licht ontvlambare stoffen.
Restanten van het hekwerk en de toegangspoorten staan nog steeds overeind. Op het voormalige Pronitterrein zijn nieuwe bedrijfsgebouwen verrezen. Gelukkig barst het er ook nog van gebouwen uit de Pronittijd en zelfs uit de vooroorlogse periode. Op een heel enkele uitzondering na verkeren ze allemaal in verregaande staat van verval. Veel staat op instorten, misschien nog wel meer is al ingestort.
Gehavende karkassen.
Al jaren geleden verdwenen ruiten.
Gebouwen als gebitten waarin hier en daar een tand ontbreekt.
Paternalistische teksten uit vervlogen communistische tijden (‘Geen enkele uitkering kan de mogelijkheid om te werken vervangen’).
De natuur die z’n even prachtige als verwoestende werk doet.
Een haltebordje van de bedrijfsbus die al een jaar of veertig niet meer rijdt.
Een majestueuze schoorsteen verwikkeld in een ongemeen felle tweestrijd met klimop.
Een andreaskruis dat tegen beter weten in blijft volhouden dat er nog een spoorlijn over het terrein loopt.
Bedrijfshallen met vrij zicht op de hemel.
Bouwwerken waarvan je je afvraagt waarvoor ze ooit hebben gediend.
Dreigend ogende maar van alle gevaar ontblote meterkasten.
Een watertoren die z’n uiterste best doet boven de bomen te blijven uittorenen.
Begraven verhalen, onvoorwaardelijke kameraadschap, vergeten leed.
Een idylle.
Ik wil terug naar Pionki.
























































