Agata Siwek is a visual artist interested in almost everything. Her provocative and diverse artworks have one message: nothing is as it seems. Wim Moorman is a former footballer, historian, writer and a researcher of uncommon matters such as lost hubcaps, desire paths and unanswerable questions. Agata and Wim share a sharp eye and a strong social involvement, which manifests itself in the need to add something relevant and inspiring to the environment in which they live. Their latest project is a trip from Horst (hometown of Wim) to Krakow (hometown of Agata). Apart from the beginning and the end, nothing is certain in this journey. Agata and Wim are open to all kinds of encounters and sugestions that they hope to receive during the trip. They take their time to see, hear, smell and taste things, they register their observations and conclusions in theis sketchbooks and social media but most of all they enjoy their challenge.

maandag 3 juli 2023

Kleine Naturcamping

-Kommen Sie von links oder von rechts?
-Von dazwischen.

-Möchten Sie den kleinen Naturcampingplatz oder den großen Familiencampingplatz?

-Den kleinen Naturcampingplatz.
-Dann müssen Sie nach rechts gehen.

 

We volgen het fietspad naar rechts. De berm is bezaaid met heerlijk ogende bosaardbeitjes. Met dank aan de nabijheid van een drukke weg, hondenpoep en overvloedige hoeveelheden zwerfafval weten we de verleiding te weerstaan.

 

Na een kilometer komen we aan. Er is een Imbiss, er is friet, er is koude drank. We zijn geen supermarkt tegengekomen vandaag en onze voorraden zijn bijna op, dus dat komt goed uit. Voor het eerst kunnen we iets bestellen om te eten. En zuipen, hoopt Wim. Een receptie ontbreekt. Dus melden we ons aan bij de Imbiss-balie.

-Ich weiß nichts. Haben Sie meinen Papa angerufen? Papa wird gleich da sein.

 

We hebben onze rugzakken nog altijd om. We wachten op Papa. Papa neemt zijn tijd. We moeten hem volgen. Onderweg neemt Papa zijn tijd om een jongetje dat een parasol beklimt te aanschouwen. Gaat hij hem berispen of vriendelijk over zijn bol aaien? Wij wachten het heel geduldig af. 


Grindpad, rechts een favela, links een grasstrook van twee meter, daaronder de steile oever van het stuwmeer, bezaaid met stenen.

-Da hinten ist der Zeltplatz.
We lopen er naartoe. Ik heb beloofd niet te klagen. Dus laat ik mijn rugzak zakken en begin met het opzetten van de tent. Aan de oever zie ik een tafeltje met een bank, langs het grindpad een mooi blauw bankje. Dat dan weer wel.



Papa komt terug met het aanmeldingsformulier.

-Sie nehmen besser diesen Platz. Hier ist es flach.

-Aber hier sind scharfe Steine. Die können unser Zelt zerstören.

Papa bedenkt zich dat er verderop ook nog een plaats vrij is. Ik moet mee gaan kijken. Die plaats blijkt inderdaad beter te zijn. Ernaast zijn een stuk of vijf, zes jongens bezig hun tentjes op te zetten. Papa berispt hen vriendelijk: hun tenten nemen teveel ruimte in beslag. Ik vraag me af of ze vannacht geen herrie zullen gaan maken. Maar alles lijkt me beter dan vijftig centimeter van het grindpad met mijn hoofd op de grond in ons lichtgewicht minitentje te moeten liggen.

 

Ik ga Wim en onze spullen halen. Ondertussen vul ik het aanmeldingsformulier in. 28 euro. Duurste camping tot nu toe. Hopelijk zien de sanitaire voorzieningen er goed uit. Natuurlijk kan ik niet met een pincard betalen. Gelukkig heb ik nog een biljet van vijftig euro. Papa neemt het aan. Hij belooft het wisselgeld straks te brengen. Ik heb er 22 euro voor over om Papa niet meer te hoeven zien. Papa neemt zijn tijd. Papa brengt mijn wisselgeld terug. 

 

Het tentje is snel opgezet. Ik ga rondkijken. Sanitairgebouw en Imbiss. De wc’s zijn schoon en er is lauw water. Fijn. Douches zijn nergens te bekennen. Ik zoek verder. Aan de achterzijde van de Imbiss een bordje Herren. Hoop dat er ook een voor dames is. Ja. Aanwezig maar renovierungsbedürftig. Twee douchehokken met gordijntjes en muntautomaten. Hier zou ik viezer uitkomen dan dat ik naar binnen ging. Laat maar.

 

Imbiss. Op het menu Pommes, Vegaschnitzel, Salat. Komt goed. Nog geen vijf euro. Koopje.

-Es tut mir Leid, wir schließen jetzt.

 

Terug naar Wim. Het grindpad blijkt de enige verkeersader van de camping te zijn. De bevoorrading vindt plaats met karren. Die bevoorrading beperkt zich tot goederen verpakt in rinkelende bruine flesjes en zilvergrijze blikjes. Als ik hier mijn vakantie moest doorbrengen zou ik een pijplijn naar de slijter laten aanleggen.


Aan de oever bij ons tentje zie ik een bankje. Mooi. Kunnen we ergens op zitten met onze boorden op schoot. Bij nader inzien blijkt het bankje te zijn bevuild met hars en naalden van de dennenboom erboven. Dan maar een zitplaats improviseren op een afgebrokkeld muurtje. Toch nog een restje couscous, twee eieren, een tomaat, olijven, een komkommertje en pesto gevonden. Toch nog genoeg gas om te koken. Toch nog thee met koekjes en chocola als toetje. Toch nog een copieuze maaltijd.

 

Terug bij het tentje zien we dat de jongens hun kampement verder hebben uitgebouwd. Met vier karren hebben ze een partytent en goederen in bruine flesjes en zilvergrijze blikjes aangevoerd. Het geluidsvolume van de muziek is flink opgevoerd. Ik vrees het ergste. Een groepje bejaarden loopt naar de jongens toe en spreekt hen aan.

-Wir wollen keine Probleme – bezweren de jongens. Dat stelt gerust. Een beetje dan. Het geluidsvolume wordt teruggeschroefd. Tien minuten later heeft het weer zijn oorspronkelijke niveau bereikt. De jongens zingen mee, ze plassen bij de tenten, ze springen in het meer. Het geluidsvolume van hun boeren benadert dat van hun muziek. Zij zijn op vakantie. Wij zijn ook op vakantie. We willen niet klagen maar realiseren ons tegelijkertijd dat het niks wordt. Geen oog dicht, geen nachtrust, geen alles.

-We kunnen ons tentje oppakken en teruggaan naar de vorige plek.

-Kan dat?

-Alleen de haringen moeten eruit.

Vlug proppen we onze rugzakken vol, pakken het tentje op, lopen onopgemerkt weg, ontwijken de blikken van medecampinggasten, houden ons doof voor hun commentaar, zetten het tentje op, duwen de haringen in de grond en kruipen in het tentje. En proberen te slapen. Dat is nog niet zo eenvoudig. De eigenaren van het mooie blauwe bankje zijn inmiddels gearriveerd en hebben de buren op bezoek. Het water van het stuwmeer klotst luidruchtig tegen de stenen oever. Af en toe dringt zelfs hier nog het geschreeuw van de jongens en de harde bas van de muziek door. Toch maar goed dat we zijn verkast. Morgenvroeg wordt wel duidelijk hoeveel last we hebben van mensen die over het grindpad lopen, nog geen halve meter verwijderd van onze hoofden. Maar zo lang hoeven we niet te wachten. Ik hoor twee mensen naderen. Ze stoppen bij ons tentje. Ze zetten herhaaldelijk en hardnekkig de hakken van hun schoenen in het grind en draaien ermee rond. Dan lopen ze verder. Ik hoop dat Wim al slaapt. Dit wil ik nooit meer meemaken, we gaan het anders doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten